Afvalbeleid in historisch perspectief (door Groningse ogen)

Bijna een kwart eeuw geleden werd Thewis Wits ingehuurd om de reinigingsdienst van Groningen te reorganiseren. De reinigingsdienst, de oudste van Nederland, moest ‘bedrijfsmatiger en wijkgericht’  werd er gezegd. Met de neus in het afval is hij  er nooit meer uitgekropen…

“Uniformering van afvalbeleid heeft ook de nodige nadelen”, steekt Thewis Wits van wal, nu projectmanager bij de Milieudienst Groningen. Voormalig wethouder Wits van de stad Groningen komt bij de reinigingsdienst aan de slag en belandt opeens in een andere werelden raakt ervan in de ban.

“Midden jaren tachtig werd ik geconfronteerd met een contract voor het verwerken van GFT. Alle condities waren reeds uitgekauwd en alles was juridisch dichtgetimmerd. Het enige wat ik nog mocht invullen was de hoeveelheid die wij zouden laten verwerken. Maar het ‘laten verwerken’ was ‘moeten verwerken’ en met in mijn achterhoofd een looptijd van 15 jaar besloot ik gevoelsmatig om slechts de helft van de toen ingezamelde hoeveelheid op te geven.”, vertelt Wits aandachtig. Pas later bleek het voordeel van deze ingreep, want de hoeveelheden ingezameld GFT liepen in een aantal plaatsen fors terug. Hierdoor werd Groningen niet geconfronteerd met betaling van verwerkingskosten voor niet-geleverde tonnen. Thewis probeert hiermee duidelijk te maken welke afwegingen je constant moet maken, balancerend tussen kennis en nieuwe omstandigheden.

“Het bleek soms gewoon koffiedik kijken. Begin jaren 90 hebben we een rapport ‘Vernieuwde reinigingsdienst' geschreven met onderwerpen op het gebied van kringloop, afvalscheiding, contractmanagement en dergelijke.  Belang hiervan was om in de politieke discussie sterk te staan, voor een overheid gedomineerd reinigingsbedrijf maar ook om de milieukundige aspecten te belichten. ’ Wie kon toen onderbouwen dat GFT in containers inzamelen beter was dan toentertijd het GFT op composthoopjes te zetten?’, is één van zijn prikkelende stellingen.

De ‘Uniformering van afvalbeleid ‘ loopt als een rode draad door het zakelijke afvalleven van Thewis Wits. Zo stelt hij, dat het landelijke beleid erop gericht was om restafval te verbranden. Maar het dilemma van een dergelijke keuzes is dan wel weer dat je nascheiding slecht op de agenda kon krijgen.” In Groningen wilden we geen verbrandingsoven. We wilden toen al proberen grondstoffen terug te winnen uit afval. Onder andere ijzer, blik en de organische fractie werd gescheiden. De organische fractie werd eerst gecomposteerd en later vergist. Deze verwerkingsoptie werd slechts als experiment toegestaan. Want uniform beleid betekent dat je geacht wordt niet af te wijken”, aldus Wits.

Ook haalt hij graag het voorbeeld aan, dat er in de binnenstad en de oude wijken met kleine emmers GFT werd ingezameld. Toen hij namelijk als klein ventje de asemmers van zijn vader buiten moest zetten tilde kleine Thewis zich elke keer een breuk. “En ik wist toen al dat je je hieraan vreselijk kon vertillen. Ik zat er echt op te wachten dat ik die emmers weer kon afschaffen”, legt Wits uit en vervolgt: “De introductie van die emmers leidde tot meer dan 20% ziekteverzuim onder de mensen. Na de introductie van de P90 norm (een belastingsnorm voor huisvuilbeladers) werd de beslissing genomen om over te gaan op ondergrondse containers voor huisvuil. In dezelfde wijken is het GFT-emmertje afgeschaft. Temeer omdat de organische fractie uit het huisvuil werd vergist. Maar ik kwam minister Pronk op ons pad tegen, in een poging de afschaffing te verhinderen. Want ook hierin gingen we in tegen het uniforme beleid van de rijksoverheid.”

Het meest recente voorbeeld is het gegeven dat bij de kunststofinzameling aanvankelijk de broninzameling de enige toegestane methode was. “Nascheiding van kunststoffen is via de Tweede Kamer afgedwongen en de ontwikkeling ervan krijgt onvoldoende ruimte om zich te bewijzen. Sterker nog, de ontwikkeling wordt tegengewerkt.”, zegt Thewis en gaat verder: “Aan de andere kant zal het je wellicht verbazen, dat ik bijvoorbeeld pleit om statiegeld op flessen uit te breiden. Belangrijkste argument is, dat je hiermee de meest zuivere recyclingstromen tegen lage kosten verkrijgt.”, vult Wits aan. “Beleidsmatig zou je de weg moeten bewandelen om doelen voor te schrijven en niet het middel. Onzuiver geformuleerde doelen voor een hoogwaardige recycling, en pogingen om opnieuw uniformiteit in middelen af te dwingen zijn mede debet aan het pleidooi.”, sluit Wits af.

“Uniformiteit lijkt rationeel en logisch voor een klein landje, maar het brengt de creativiteit en ontwikkeling in het nauw.” probeert Wits duidelijk te maken.

Noot van de schrijver:
‘Soms is het handig om zaken op papier te zetten. Het krijgt dan nostalgische waarde.’